schumann_endenich

Eind februari 1854 doet Schumann een zelfmoordpoging. Op 4 maart wordt hij vervolgens opgenomen in de particuliere psychiatrische inrichting te Bonn-Endenich, waar hij de resterende tweeënhalf jaar van zijn leven doorbrengt. In september 1854 vraagt Schumann om notenpapier en is hij in de daaropvolgende periode vaak met het schrijven van muziek bezig.1 Als laatste concrete werk wordt in januari 1856 de compositie vermeld van een tegenwoordig verloren gegane fuga voor piano.2 Afgezien van een eveneens verloren gegane pianouittreksel van Joseph Joachims Ouverture tot Heinrich IV, op. 7, waarmee Schumann vermoedelijk in april 1855 was begonnen,3 zijn slechts twee concrete werkzaamheden identificeerbaar en overgeleverd: de pianobegeleidingen bij de capriccio’s van Paganini, ontstaan van maart tot ten minste september 1855, en twee koraalzettingen, waarschijnlijk uit de laatste levensweken. In beide gevallen gaat het niet om nieuwe eigen composities, maar uitsluitend om bewerkingen.4

Op 1 mei 1856 is in de medische dossiers voor het laatst vastgelegd dat Schumann piano speelt.5 Op 21 juni luidt het: ‘Leest in een boek dat hij niemand laat zien. (waarschijnlijk de Bijbel)’, en de volgende dag: ‘Bladert zingend[!] in de Bijbel’. Mogelijk wijst dit op een bezighouden van Schumann met kerkliederen. Aangezien Schumann op 26 juni ‘zoals vroeger aan het schrijven ’6 is, zou het bewaard gebleven autograaf van de Endenicher koralen in deze, zijn voorlaatste, levensmaand kunnen zijn ontstaan.

Het oorspronkelijke handschrift van de twee koraalzettingen kwam in 1938 uit de nalatenschap van Robert Schumanns jongste dochter Eugenie in het Robert-Schumann-Haus te Zwickau. Het autograaf was daar een van de kostbaarste tentoonstellingsobjecten en werd — partieel — ook wel als illustratie in boeken gebruikt.7 Het betreft een blad met notenbalken in zestien systemen, waarvan slechts de bovenste zes zijn beschreven. In het zevende en achtste systeem zijn wel sleutels aangebracht, maar geen noten meer genoteerd.

Het eerste koraal is volledig uitgeschreven en voorzien van de tekst ‘Wenn mein Stündlein vorhanden ist’. De door Schumann geharmoniseerde melodie is voor het eerst in 1569 in Frankfurt am Main overgeleverd; de tekst is van Nikolaus Hermann (1500–1561).

Het tweede koraal is een fragment gebleven. Het breekt al na zeven maten midden in de vierde koraalregel af. De identificatie van de onbekende koraalmelodie leverde problemen op, aangezien er geen tekstuele aanwijzing voorhanden was, en ook het totale aantal koraalregels niet bekend was. Dankzij de Saarbrücker musicoloog Werner Braun kon de melodie worden geïdentificeerd: ‘Stärk uns Mittler, dein sind wir’.8 Dit koraal komt tegenwoordig niet meer in de gezangboeken voor. De melodie verscheen met een andere tekst (‘Konfirmationchoral’) voor het eerst in 1793, en is gecomponeerd door Justin Heinrich Knecht (1752–1817).9 Het was niet ongebruikelijk dat koralen voor heel specifieke gelegenheden van verschillende parallelteksten werden voorzien, om de melodieën vaker te kunnen gebruiken. Zo gaf Knecht zijn melodie uit met een dubbele titel: ‘Stärk uns Mittler, dein sind wir’ en ‘Mitten wir im Leben sind’. Knechts melodie diende dus als alternatief voor de oude frygische wijs bij de antifoon Media vita in morte sumus uit de elfde eeuw, dat door Luther vertaald werd als ‘Mitten wir im Leben sind’ (1524). Gezien de thematiek van het eerste koraal en Schumanns levenssituatie is het aannemelijker dat Schumann bij de toonzetting deze tekst voor ogen had.

UITGAVE: Thomas Synofzik, Endenicher Sterbechoräle, Edition choris mundi, 2006.
Transcriptie: https://imslp.org/wiki/2_Endenicher_Chor%C3%A4le_(Schumann%2C_Robert)

AFBEELDING: Robert Schumann, Wenn mein Stündlein vorhanden ist, handschriftliches Manuskript des Komponisten, Archiv-Nr. D-Zsch 10963-A1/A3

Dr. Thomas Synofzik is sinds 2005 Directeur van het Robert-Schumann-Haus in Zwickau.


Voetnoten

[1] Bernhard R. Appel (Hg.), Robert Schumann in Endenich (1854–1856): Krankenakten, Briefzeugnisse und zeitgenössische Berichte. Mainz 2006. (Hg.), Robert Schumann in Endenich (1854–1856): Krankenakten, Briefzeugnisse und zeitgenössische Berichte. Mainz 2006.

[2] Ibid., p. 351.

[3] Ibid., p. 417.

[4] Ibid., p. 31.

[5] Ibid., p. 376.

[6] Ibid., p. 383.

[7] Georg Eismann, Robert Schumann. Eine Biographie in Wort und Bild. Leipzig 1956, p. 156; Thomas Synofzik, Briefe und Dokumente im Schumannhaus Bonn-Endenich. Bonn 1993, p. [75]. , Robert Schumann. Eine Biographie in Wort und Bild. Leipzig 1956, p. 156; Thomas Synofzik, Briefe und Dokumente im Schumannhaus Bonn-Endenich. Bonn 1993, p. [75].

[8] Margit McCorkle, Robert Schumann. Thematisch-Bibliographisches Werkverzeichnis. Unter Mitwirkung von Akio Mayeda und der Robert-Schumann-Forschungsstelle. München 2003, Anhang R18. , Robert Schumann. Thematisch-Bibliographisches Werkverzeichnis. Unter Mitwirkung von Akio Mayeda und der Robert-Schumann-Forschungsstelle. München 2003, Anhang R18.

[9] Justin Heinrich Knecht, Biberacher Choralbuch mit Choralmelodien im vierstimmigen Originalsatz, ed. Otto Herzog, Fritz Kolesch und Ralf Klotz, Biberach [2002]. , Biberacher Choralbuch mit Choralmelodien im vierstimmigen Originalsatz, ed. Otto Herzog, Fritz Kolesch und Ralf Klotz, Biberach [2002].

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *